Hare Krishna

De Hare Krishna-beweging (HK) - Devotie zonder weerga.

Doctrine

Dr. R. Kranenborg geeft in zijn boek “Zelfverwerkelijking” een korte samenvatting van de HK-leer. Wij mensen leven vandaag in een slechte en goddeloze tijd. De mens is zijn eigen identiteit vergeten en houdt er overtuigingen op na die hem alleen maar verder van Krishna afhouden. Zo zijn er mensen die het lichaam voor het ware zelf houden. Het is een maya (schijn) te denken dat wij met ons verstand alles kunnen omvatten. De mensen worden opgedeeld in drie groepen:

  • de materialisten;
  • de ontevredenen die zich proberen te bevrijden;
  • zij die bevrijd zijn.

Ten diepste zijn wij goddelijk, maar door ons karma gebonden aan de “material body”. Onze zuivere ziel is bedekt met onzuiverheden zoals “mind, intelligence and false ego”.We moeten gaan inzien dat we in ons hart Krishna hebben, die ons langzaam leert ontdekken wie we zijn. Wanneer men zich weet over te geven aan de liefde van Krishna komt men los van de materie en van het lichaam. Liefde is alleen mogelijk bij en door Krishna. Wie zich aan hem overgeeft, heeft naderhand geen behoefte meer aan materiële dingen. Hij is dan onzelfzuchtige, onbaatzuchtige liefde geworden.

De HK-leer heeft in feite weinig aanknopingspunten met het denken van de westerse maatschappij. De bedoeling van de HK-leer is de toegewijde te brengen tot “love of Godhead”; dat betekent een persoonlijke relatie met Krishna. Door een juiste levenswijze kan de onsterfelijke ziel incarnatie na incarnatie opklimmen tot zij uiteindelijk op een puur spiritueel niveau samen met Krishna kan vertoeven.

HK is dus fundamenteel devotioneel. Het is een religie die letterlijk als gods-dienst dient te worden beschouwd. De weg naar redding is toegewijde dienst, waarin zoals vermeld een relatie wordt aangegaan met Krishna. HK wil niets anders zijn dan één grote verheerlijking van die god. Hij is in het hart van iedere mens aanwezig en doordringt alles in het universum. Krishna is als hoogste god enkele malen mens geworden, juist op die momenten dat het in de wereld fout dreigde te gaan.

In het begin van de 15e eeuw stortte Chaitanya, een Bengalees, de sankirtan- beweging. Sankirtan houdt in: langdurig dansen en het zingen van mantra’s tot men in extase geraakt. Volgens HK is sankirtan momenteel de beste manier om spirituele kennis te verkrijgen. Hiermee wordt bedoeld: kennis die ertoe bijdraagt bewust te worden van de relatie tussen de individuele ziel en Krishna.

In de HK-kosmogonie is er sprake van vier tijdperken (Yuga’s). Elk tijdperk kent een specifieke methode tot zelfrealisatie. In de huidige periode – Kali-yuga – is dat chanten, het zingen van de heilige namen van Krishna. Volgens de leer verschillen de heilige namen van Krishna niet van Krishna zelf. De extase veroorzaakt door het zingen van die namen is dus in feite gelijk aan omgang met Krishna. Het wordt aanzien als de beste manier om geestelijke vooruitgang te boeken, om tot toegewijde dienst te komen en zo de relatie met Krishna te verstevigen. Verlossing binnen HK betekent Krishna-bewust te worden. Een Krishna-bewust persoon wordt geacht verlost te zijn van elke materiële verstrengeling. Het dienen van Krishna is voor iedereen het hoogste doel. De volgelingen beschouwen dit nederig dienen als hun enige levensvervulling. De liefdevolle overgave aan Krishna is voor hen de enige heilsweg om uit het  stoffelijke universum te geraken en vrij te worden van incarnaties.

De goeroe is als geestelijke leidsman volgens HK noodzakelijk om de gelukzaligheid te bereiken. Hij is de absolute autoriteit, de aan god gewijde zichtbare genade. HK leest van de klassieke Indische werken enkel de Bhagavad Gita, de Srimad Bhagavatam en de Sri Isonanisad. Volgens Prab. zijn deze geschriften allen vedisch, 5.000 jaar oud en op schrift gesteld door Vyasedeva. De “Bhagavad Gita zoals ze is”, een vertaling met commentaar van Prab., wordt binnen de beweging grondig bestudeerd.

Levenswijze

Wanneer een devotee tot HK toetreedt moet hij de gelofte van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan zijn geestelijk meester swami Prabhupada afleggen. Diens opvattingen en interpretatie omtrent alle details van het bestaan moeten zonder vragen worden aanvaard, daar hij als rechtstreekse afstammeling van Krishna wordt aanzien.

Het lidmaatschap bij HK kent verschillende fasen. In de eerste fase kan men gewoon in zijn dagelijkse leven blijven functioneren. Wel moet men dagelijks de maha-mantra chanten en HK financieel steunen. De volgende fase is het intreden in een ashram. Daar kent men geen privé bezit. Men leeft daar indachtig de 54 leefregels die volgens de traditie opgesteld zijn door de stichter. Zij die intreden ontvangen een nieuwe naam, als teken dat ze hun leven aan Krishna wijden. De mannelijke leden dragen lichtkleurige gewaden, de vrouwelijke leden dragen een Indische sari. De nieuweling kan pas na een proefperiode van ongeveer één jaar zijn wijding ontvangen. Hij is dan brahmachari (celibatair). Na vier jaar wordt hij sannyasin (monnik) of swami (priester). Indien men gehuwd is, wordt men grihastha.

De aspirant-devotee scheert zich kaal, op een lange streng vanaf het achterhoofd na. Dagelijks tekent hij een witte streep van voorhoofd naar neus. Hij belooft zich te houden aan de volgende voorschriften:

  • geen verdovende middelen, alcohol, nicotine, koffie of thee;
  • geen vlees, vis en eieren (die noemt men kippenmaandstonden);
  • niet kaarten of gokken;
  • geen seks buiten het huwelijk.

Het celibaat wordt verkozen boven de huwelijkse staat. Ongehuwden moeten celibatair leven. Gehuwden mogen enkel seks hebben binnen het huwelijk en met het oog op de voortplanting. Vrouwen worden niet zo hoog aangeslagen. Ze kunnen geen hoge rol vervullen binnen HK. Volgens de Meester is de vrouw gemaakt om kinderen voort te brengen, de keuken te doen en de dienares van de man te zijn.

Op de HK-aanhangers wordt een enorm tijdsbeslag gelegd. De ganse dag, vanaf 3u30 ’s ochtends tot 9u30 ’s avonds, ligt stap voor stap in een progamma vast. De dag begint om 3u30 met een koud stortbad. Hierna volgt het ochtendgebed met gezangen, dansen en het reciteren van mantra’s. Vervolgens: lectuur van een vedisch geschrift. Om 8 u: ontbijt in de vorm van graanpap, fruit en melk. Daarna wijdt men zich aan zijn dagtaak: werkzaamheden binnenshuis, dan wel het verspreiden van lectuur en geluidsopnamen. Om 17 u: gemeenschappelijke zang en dans, gevolgd door het avondmaal en de lezing van een heilige tekst. Om 21u30 wordt de dag besloten met een ceremonie van een half uur.

HK heeft een ceremonie die ARTIKA heet. Hierbij offeren ze een kaars aan hun godheid, terwijl ze dansen en zingen. Het ganse gebeuren is heel intens. Je moet wel in een ontvankelijke stemming verkeren, dan helpen de muziek, het zingen en de wierook om tot een toestand van extase te komen. De maha-mantra van 16 woorden wordt dagelijks 1.726 maal gezongen of gereciteerd: HARE KRISHNA HARA KRISHNA KRISHNA KRISHNA HARE HARE HARE RAMA HARE RAMA RAMA RAMA HARE HARE. Deze mantra is de weg die Krishna aan de mensen geschonken heeft om tot godrealisatie te komen. Hij levert volgens de veda’s een blije toestand van grenzeloos bovenzinnelijk geluk op. Wie in zo’n bewustzijnstaat verkeert, geraakt nimmer uit zijn evenwicht.

HK werft volgelingen in het openbare leven. Bij openbare aangelegenheden delen ze vegetarische voeding uit, maken muziek en nodigen de voorbijgangers uit voor een Indiaas feestmaal of voor een Krishna-feest in hun tempel.

Algemeen

Na de dood van Prab. kwamen er een aantal schismatieke bewegingen op gang zoals de Bhaktivedanta Fellowship, de Conch Club en Kirtan Hall. In bepaalde geografische zones werden klachten geuit aan het adres van de G.B.C.  over goeroes die de exemplarische rol inzake moraal en levensstijl, zoals die door Prab. van zijn gemeenschapsleiders werd verwacht, negeerden. De Amerikaanse overheid beschuldigde goeroe Hansadutta van illegale wapenhandel. De G.B.C. ontnam hem zijn positie als goeroe en stuurde hem terug naar India.

Begin jaren ’80 van de vorige eeuw kwam er binnen ISCON een hervormingsbeweging op gang. Ze bestond vooral uit oudere leden en tempelpresidenten. De voorgestelde hervormingen werden begin 1987 door de G.B.C. goedgekeurd en gaven de beweging opnieuw stabiliteit. De nieuwe goeroes zijn vrij om de teksten van Prab. te interpreteren en toe te passen op nieuwe situaties, op voorwaarde dat ze in overeenstemming zijn met traditionele interpretaties van de heilige teksten van vroegere goeroes of heiligen.

De internationale gemeenschap van Krishna-bewustzijn (ISKCON) komt voor onder het nummer 16 van de synoptische tabel der parlementaire sektecommissie (verslag dd. 28/04/1997).