Wat is een sekte ?

Vervolg begin artikel

De beruchte zogenaamde gepubliceerde lijst van 189 sekten mocht dan ook enkel gelezen worden met dat essentiële uitgangspunt voor ogen. De opsomming van de 189 bewegingen hield geen waardeoordeel van de commissie in. Aangezien de lijst ook niet als exhaustief werd beschouwd, hield het feit er niet in opgenomen te zijn evenmin een oordeel in over de onschadelijkheid van een beweging.

Onder de sekten of nieuwe religieuze bewegingen zijn er evenwel sommige die zich, hetzij door de eraan ten grondslag liggende levensbeschouwelijke opvatting, hetzij door hun organisatie, of nog door een ontaarde ontwikkeling van hun gedrag en hun actie, aan schadelijke of onwettige praktijken te buiten gaan en op die manier de door de Universele verklaring van de rechten van de mens gewaarborgde fundamentele beginselen in het gedrang brengen. Op deze wijze ging men dan over tot het definiëren van het begrip ‘schadelijkheid’, een begrip dat ook in de wet is gestipuleerd. In het sekterapport en onder andere ook in de wet van 2 juni 1998 (artikel 2) betreffende de oprichting van het Informatie en Adviescentrum inzake Schadelijke Sektarische Organisaties (I.A.C.S.S.O.) wordt een schadelijke sektarische organisatie omschreven als: "elke groepering met een levensbeschouwelijk of godsdienstig doel, of die zich als dusdanig voordoet en die zich in haar organisatie of praktijken, overgeeft aan schadelijke onwettige activiteiten, het individu of de samenleving schaadt of de menselijke waardigheid aantast" (Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers (28 april 1997). Parlementair onderzoek met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de onwettige praktijken van de sekten en van de gevaren ervan voor de samenleving en voor het individu, inzonderheid voor de minderjarigen. Verslag namens de onderzoekscommissie uitgebracht door de Heren Duquesne en Willems (Deel II)). Het fundamentele criterium om te kunnen spreken van een “schadelijke sektarische organisatie” is de overtreding van de wet of de schending van de mensenrechten. Het schadelijke karakter van een sektarische organisatie wordt dus onderzocht op basis van de principes welke zijn vastgelegd in de Grondwet, de wetten, de decreten, ordonnanties en in de internationale verdragen inzake de bescherming van de rechten van de mens welke door België zijn geratificeerd (I.A.C.S.S.O. Is dat een sekte? Een praktische handleiding?). De commissie heeft deze definitie geoperationaliseerd met behulp van de 13 criteria van gevaarlijkheid.

Deze 13 criteria van gevaarlijkheid zijn:

  1. bedrieglijke of misleidende wervingsmethoden,
  2. het aanwenden van mentale manipulatie,
  3. de slechte fysieke of geestelijke (psychologische) behandeling waaraan adepten of hun familie worden onderworpen,
  4. het ontzeggen aan de adepten of hun familie van passende medische zorg,
  5. geweld, met name seksueel geweld, ten aanzien van de adepten, hun familie, derden of zelfs kinderen,
  6. de verplichting voor de adepten om met hun gezin, hun echtgenoot, kinderen, verwanten en vrienden te breken,
  7. het feit dat kinderen worden ontvoerd of aan hun ouders worden onttrokken,
  8. het ontnemen van de vrijheid om de sekte te verlaten,
  9. buitensporige financiële eisen, oplichting en verduistering van geld en goederen ten koste van de adepten,
  10. de onrechtmatige exploitatie van het werk van de leden,
  11. een compleet breken met de democratische samenleving die als boosaardig wordt afgedaan,
  12. de wil om de samenleving ten gronde te richten ten voordele van de sekte,
  13. het aanwenden van onwettige methodes om macht te verwerven.

Een belangrijke opmerking is zeker dat niet elk criterium hetzelfde gewicht heeft en dat het om een beweging te beoordelen niet volstaat de verschillende criteria op te tellen om de schadelijkheid van de groep te bepalen. De criteria moeten eerder worden beschouwd als indicatoren voor een globale evaluatie (Het Informatie- en Adviescentrum inzake de Schadelijke Sektarische Organisaties. Tweejaarlijks verslag 1999-2000, blz. 13).

Hieronder geven wij een aantal kenmerken aan die volgens ons, S.A.S., de kern uitmaken van een sektarische beweging. Indien u meerdere van onderstaande kenmerken herkent, heeft u volgens ons met grote waarschijnlijkheid te maken met een gevaarlijke sektarische beweging. De kenmerken hebben zowel betrekking op het gedrag, de gevoelens, de communicatie, als het denken; met andere woorden op het gehele menszijn.

  • Geen of gebrek aan relativisme/superioriteitswaan/vragen en twijfels zijn ontoelaatbaar.
    • Alles binnen de beweging wordt bekeken vanuit één gezichtshoek en gemeten met één maatstaf. Men miskent de verscheidenheid van opvattingen en accepteert alleen wat in zijn/haar gedachtewereld past. Vaak durft het sektelid zelfs de mogelijkheid van een andere opvatting niet onder ogen te zien en/of mist daartoe ook de soepelheid van geest. Er is sprake van een superioriteitswaan, de waan dat hun Waarheid dé Waarheid is. De boodschap van de sektarische beweging wordt dus gezien als dé Ultieme Waarheid, en vaak zelfs als wetenschappelijke waarheid verkondigd. Twijfels en vragen zijn onaanvaardbaar, en de uitvinder of de verkondiger van de boodschap is alle eerbied verschuldigd. Alternatieve geloofssystemen worden dan ook gezien en afgeschilderd als slecht, duivels, niet-authentiek.
  • Suprematie van de doctrine.
    • Het gaat hier om de onderwerping van individuele menselijke ervaringen aan de eisen van de doctrine. Als de doctrine vragen oproept, dient niet de doctrine, doch de persoon aan de doctrine worden aangepast. Ten aanzien van het specifiek menselijke is men dan ook ongevoelig. Sekteleden zeggen of doen dan soms ook dingen die erg hard en als onbegrijpelijk overkomen voor buitenstaanders, familieleden en vrienden (zoals het mijden van familie). Voor wat het heiligdom bedreigt is men overgevoelig. ‘God’ gaat voor alles. Men vereenzelvigt en reduceert de andersdenkende met/tot diens opinies (zoals men zichzelf met zijn/haar eigen opinies vereenzelvigt en de eigen individuele persoonlijkheid wegcijfert) en meent derhalve dat zowel die andere opinies als degene die ze uitspreekt vermeden of vernietigd moeten worden.
  • Stoornissen in het denken (zwart/wit denken)
    • Het gaat hier om cognitieve deficits, zoals bijvoorbeeld het simplistisch zwart/wit (of absoluut-dichotoom) denken (d.w.z. dat het sektelid een oordeel velt in termen van alles-of-niets, zonder nuanceringen). Binnen dit z/w denken wordt de wereld verdeeld in twee kampen, de zuiveren en de niet-zuiveren, het absolute goede en het absolute kwade. Goed en zuiver zijn alle ideeën, gevoelens en activiteiten die overeenstemmen met de totalitaire ideologie en beleid; al de rest is slecht. Al wat slecht is en alles wat kan leiden tot onzuiverheid moet met tak en wortel worden uitgeroeid. Andere stoornissen is het denken zijn bijvoorbeeld moeilijkheden bij het maken van beslissingen, onterechte generalisaties enz…
  • Voorspiegeling van onbereikbaar ideaal hetgeen schuld, angst en schaamte induceert
    • Alles wat in het licht van het bereiken van dit ideaal gebeurt, is moreel aanvaardbaar. Omdat een dergelijk ideaal niet te bereiken valt, wordt bij de leden schuld, schaamte en angst geïnduceerd. De leiders die deze schuld, schaamte en angstgevoelens opwekken en uitbuiten, krijgen hun leden op deze wijze nog sterker in hun greep. De leden raken gefixeerd op hun tekortkomingen en verliezen hun sterke kanten uit het oog.
  • Gebruik van gedachteremmende technieken die de realiteitstoetsing stopzetten door ‘negatieve’ gedachten te stoppen en enkel ‘positieve’ gedachten toe te laten (ontkenning, rationalisatie, justificatie, chanten, meditatieve technieken, gebed, glossolalie, hypnotische technieken om gewijzigde bewustzijnstoestanden te induceren).
  • Verwerpen van rationele analyse, kritisch denken, constructieve kritiek.
    • Er mogen geen kritische vragen gesteld worden of opmerkingen gemaakt worden betreffende de leider, doctrine of gevolgde politiek. Veel leden gaan bijna alles wat ze horen kritiekloos aanvaarden, ze kunnen niet oordelen; ze luisteren, geloven en gehoorzamen. Men ziet ook vaak dat leden moeilijkheden hebben bij het maken van beslissingen. Alle beslissingen worden voor hen genomen. Zij denken niet zelf na, maar het denken wordt voor hen gedaan en beslissingen worden voor hen genomen.
  • Gebruik van een ‘sektespecifiek jargon’

    • Sektarische groeperingen bedienen zich van een eigen jargon, een eigen taal dat enkel door de groepsleden kan worden begrepen. Deze taal is een expressie van de ultieme waarheid waar de groep achter staat. Dikwijls bestaat deze taal erin dat nieuwe en idiosyncratische (d.w.z. eigen, specifieke, persoonlijk gekleurde) betekenissen gegeven worden aan reeds bestaande woorden en zinnen. Soms gaat het om neologismen (d.w.z. nieuw geconstrueerde woorden en zinnen). Dit jargon of deze taal creëert een gevoel van elitarisme, solidariteit en eenheid. Men kan dikwijls vaststellen dat ex-leden nog geruime tijd dit sektejargon blijven hanteren. Het is dus belangrijk dat woorden ‘geherdefinieerd’ worden zodat ze opnieuw de oorspronkelijke betekenis krijgen.
  • Lid het gevoel geven dat als er ooit problemen komen, dit steeds zijn/haar fout is en nooit dat van de leider(s) of de groep
  • Overmatige inductie van schuldgevoelens
  • Overmatig gebruik van angst
    • Het gaat hier om het gebruik van velerlei angsten (angst voor onafhankelijk denken, angst voor de buitenwereld, angst voor vijanden, angst om eigen verlossing te verliezen, angst om de groep te verlaten of geschuwd en gemeden te worden door de groep, angst voor afkeuring en veroordeling) of om de inductie van fobieën (het induceren van irrationele angsten i.v.m. het verlaten van de groep of het bevragen van de autoriteit van de leider(s) of groep, de persoon kan zich geen voldoening schenkend leven indenken zonder de groep).
  • Rituele en vaak publieke bekentenis van ‘zonden’; onethisch gebruik van biecht (het misbruiken van erkende ‘zonden’, gebruiken van vroegere ‘zonden’ om te manipuleren en te controleren, geen vergiffenis of absolutie)
    • Bekentenissen worden een kanaal voor uitbuiting in plaats van een weg naar opluchting en herstel. De leden maken hierdoor ook duidelijk dat ze zich totaal onderwerpen aan de leider en de groep, en dat ze zich als individu wegcijferen. Het gaat soms zelfs zover dat zonden beleden worden die niet begaan werden.
  • Controleren van de fysieke realiteit van het individu
    • Het gaat hier om de controle van diverse aspecten zoals waar, hoe, en met wie het lid omgang heeft, met wie de persoon mag trouwen, welke kleren de persoon draagt, welke kleuren, welke haarstijl, wat de persoon eet, drinkt, de voorkeuren van het individu, de hoeveelheid slaap die het individu heeft., financiële afhankelijkheid, afwezigheid van sociale zekerheid, weinig tijd te spenderen aan ontspanning, vakantie, hobby’s of de vrije tijd die men heeft doorbrengen met de medegelovigen.
  • Toelating vragen i.v.m. belangrijke beslissingen is noodzakelijk
    • Het individueel sektelid dient voor alle belangrijke beslissingen de leiding te raadplegen hetgeen de afhankelijkheid van het individueel lid alleen maar groter maakt.
  • Spionage (het rapporteren van “afwijkende” gedachten, activiteiten en gedragingen aan superieuren) of het bestaan van een of andere ‘geheime dienst’ binnen de beweging
    • Aanmoediging van spionage van andere leden (koppeling aan een ‘buddy’ of ‘mentor’ om het gedrag te controleren, het rapporteren van afwijkende gedachten, gevoelens, gedragingen aan de leider(s), controle van het individueel gedrag door de gehele groep, leider(s) bepalen wie en wanneer welke informatie dient te krijgen).
  • Het gebruik maken van misleiding, ofwel bij werving dan wel tijdens lidmaatschap
    • Opzettelijk achterhouden van informatie, verdraaiing van de feiten om de informatie meer aannemelijk te maken, ronduit liegen.
  • Informatiecontrole
    • Het indijken, ontmoedigen of verbieden van informatiebronnen afkomstig van buiten de beweging (boeken, artikels, tijdschriften, kranten, TV, radio, internet, kritische informatie, vroegere leden, leden zo druk bezig houden dat ze geen tijd hebben om na te denken of dingen uit te zoeken), en het overmatig gebruik van door de beweging zelf gegeneerde informatie (nieuwsbrieven, tijdschriften, boeken, muziekbanden, videobanden, website, incorrecte weergave van citaten, teksten, het uit de context rukken van teksten, het niet vermelden van referenties van gebruikte teksten).
  • Dubbele agenda, compartimentalisatie van informatie:
    • ‘insider’ en ‘outsider’ informatie (niet alle informatie is vrij toegankelijk voor alle leden, beschikbaarheid van informatie varieert naargelang de positie binnen de groepering en naargelang de missie die moet uitgevoerd worden).
  • Het op een onwettige wijze uitoefenen van geneeskunde of psychotherapie, het verkondigen van pseudo-wetenschappelijke opvattingen, of het in levensgevaar brengen van leden door het fundamentalistisch uiten of interpreteren van “heilige” teksten
    • Hierdoor wordt de geestelijke en/of lichamelijke integriteit van de persoon bedreigd of geweld aangedaan, eventueel met de dood tot gevolg.
  • Mystieke manipulatie
    • De leiders zien zichzelf als door God, de geschiedenis of door één of andere supernatuurlijke kracht afgevaardigd om de mystieke opdracht uit te voeren. Gebeurtenissen worden uitgebuit om het individu te laten geloven dat er een bestemming of kracht is die zich manifesteert rondom de leider.
  • Verbreken van vroegere emotionele banden met vrienden en familie, dit binnen een cultureel subsysteem waar dit niet gangbaar en/of aanvaard wordt

ALGEMEEN

JEHOVAH'S GETUIGEN